Etiquette tijdens de kerst

WAT DOE JE BIJ AANKOMST?

  • Het is wel zo attent om een cadeautje mee te nemen als je ergens op bezoek gaat. Het gaat daarbij niet om de waarde; een flesje wijn voldoet al. Je wilt niemand in verlegenheid brengen met een groot en duur cadeau. Het belangrijkste is dat je eraan gedacht hebt iets mee te nemen.
  • Als ontvanger open je het cadeau netjes en met veel aandacht. Het is gebruikelijk om dertig minuten na binnenkomst aan tafel te gaan. Maar ik kan me zo voorstellen dat je met de kerst eerder komt, dus dat je daar langer mee wacht. Officieel zit er een kwartier tussen de verschillende gangen.

HOE BEREID IK ME ALS GASTVROUW/-HEER VOOR OP HET BEZOEK?

  • Stel je menu zo samen dat je op de dag zelf zo min mogelijk hoeft te doen. Zorg er dus voor dat je zoveel mogelijk hebt voorbereid, waardoor je de tijd in de keuken tot een minimum kunt beperken.
  • Maak er een gezellige en feestelijke tafel van en haal daarvoor – letterlijk – alles uit de kast. Gebruik onderborden, glazen, zoveel mogelijk bestek en zet kaarsjes neer. Plaats naamkaartjes en zelfgemaakte menu’s op tafel voor je gasten. Dat doet het altijd goed.
  • Je dekt het bestek op van binnen naar buiten, maar je eet van buiten naar binnen. Het bestek voor bij het dessert breng je meestal bij het nagerecht. Voor aparte dranken zet je verschillende glazen neer, die je in gangenvolgorde achter elkaar zet. Dus: serveer je witte wijn bij de groentesoep, dan staat dat glas vooraan. Formeel staat een waterglas achteraan in de rij.
  • Vanzelfsprekend kleed je je netjes en feestelijk met de kerst. Je wilt er met z’n allen toch iets speciaals van maken.

HOE GEDRAAG JE JE HET BESTE TIJDENS HET ETEN?

  • Ga niet onderuitgezakt zitten. Steun niet met je ellebogen op tafel; met je onderarmen leunen mag wel.
  • Je drinkt rustig en gaat uiteraard niet zitten ‘lurken’.
  • Als je iets knoeit, ruim het dan rustig op, met elan. Als gastvrouw reageer je adequaat als je ziet dat iemand knoeit. De ‘knoeier’ moet niet alle aandacht op zich gevestigd zien. Een ongelukje kan altijd gebeuren.
  • Sta liever niet op tijdens het eten, maar soms kan het niet anders. Excuseer jezelf dan en leg je servet – dat daarvoor op je schoot lag – op de stoelzitting of over de armleuning. Vergeet het vooral niet terug te leggen als je terugkomt.
  • Je afzonderen om te roken is echt onbeleefd. Doe dat alleen na het eten, als er al gerookt mag worden. Dat bepaalt de gastheer of -vrouw.

Tien tips van Robert Wennekes (docent en voorzitter van de butlerschool):

  • Pak een glas nooit bij de kelk op, maar altijd bij de steel. Daarmee voorkom je vlekken op het glas. Bovendien beïnvloed je de temperatuur van de wijn dan niet.
  • Zet bij voorkeur geen muziek op tijdens de maaltijd. Muzieksmaak is nu eenmaal verschrikkelijk persoonlijk. Als je al iets opzet, zet dan een kerst-cd zachtjes op als achtergrondmuziek.
  • Vermijd het om gerechten die je met je handen moet eten op tafel te zetten. Dat is alleen maar ongemakkelijk. Een uitzondering daarop is brood. Serveer dat met een bordje met boter en mes bij de soep. Ga het brood niet in de soep zitten dopen.
  • Soep eet je door je lepel naar de mond te brengen en niet andersom. Doe niet teveel soep op je lepel, dan kan er ook minder af vallen.
  • Als iets te heet is, spuug het dan niet uit, tenzij je echt niet anders kunt. Dan had je er maar van tevoren aan moeten denken dat het wel eens heet zou kunnen zijn. Neem daarom altijd eerst een klein stukje, en houd dat tegen je lippen aan voor je een hap neemt.
  • Houd de conversatie op ‘normale’ onderwerpen. Breng de gesprekken niet op politiek of geloof. Als je weet dat iets gevoelig ligt, houd daar dan rekening mee.
  • Vraag nooit om iets extra’s. Je dient respect te tonen voor de kok(kin). Bovendien gaat het om de gezelligheid. Zelfs als er een zoutvaatje op tafel staat, gebruik je het bij voorkeur niet. Je impliceert dan dat je het gerecht te flauw vindt en dat kan als belediging worden opgevat.
  • Weiger geen eten. Als je iets niets lekker vindt, pak dan gewoon een beetje. Tenzij je allergisch voor iets bent natuurlijk, dat is een ander verhaal. Sowieso geef je de kok(kin) altijd een complimentje voor de kookkunsten.
  • Laat de laatste restjes van een gerecht altijd in de schaal liggen. Pak dus niet de laatste vijf aardappeltjes. Je mag ervan uit gaan dat de gastvrouw voor voldoende eten heeft gezorgd. Bovendien kun je met kerst gewoonlijk nog een nagerecht verwachten.
  • Het is niet de bedoeling dat je na het eten nog met z’n allen gaat afruimen. Als je te gast bent, ben je ook echt te gast. Als gastvrouw ga je niet afwassen terwijl het bezoek er nog is.
Bron: Lekker Leven – December 2006
Deel dit bericht ...
FacebookTwitterPinterestGoogle+EmailWhatsApp

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

We gebruiken cookies om content en advertenties te personaliseren, om functies voor social media te bieden en om ons websiteverkeer te analyseren. Ook delen we informatie over uw gebruik van onze site met onze partners voor social media, adverteren en analyse. Deze partners kunnen deze gegevens combineren met andere informatie die u aan ze heeft verstrekt of die ze hebben verzameld op basis van uw gebruik van hun services. Details weergeven

The cookie settings on this website are set to "allow cookies" to give you the best browsing experience possible. If you continue to use this website without changing your cookie settings or you click "Accept" below then you are consenting to this.

Close